Es gibt keine verfügbaren Übersetzungen.
Door: Siemy Dijkhuis
30 november 1993 was het vijftig jaar geleden dat Etty Hillesum in Auschwitz werd omgebracht. Dit feit was in Deventer aanleiding voor een herdenkingsweek, niet om haar 'heilig te verklaren' maar om een link tussen het heden en het verleden te leggen. De centrale figuur was Etty, die met haar dagboeken en brieven iets heeft nagelaten, dat velen geboeid en getroost heeft en dat ook nu nog bij gedeelten een onthutsende actualiteit bezit. Maar zij was niet alleen dagboek - en brievenschrijfster, zij was ook een jonge vrouw die behoorde tot een Nederlands bevolkingsgroep die tussen 1942 en 1945 systematisch is uitgeroeid.
Het handjevol joodse mensen dat de oorlog en vernietiging overleefde was niet alleen in aantal gering, de opgelopen beschadigingen waren van dien aard dat van een herstel van een bloeiend joods leven nauwelijks sprake kon zijn.
Vaak werd over het verleden gezwegen als te pijnlijk om aan te roeren. Soms werd het verleden zo overheersend dat voor niets anders dan het geleden verlies ruimte leek. Steeds overschaduwde de massamoord vrijwel het gehele leven. Toch neemt de belangstelling voor alle aspecten van joods leven sinds enkele jaren weer toe.
Werner Stertzenbach, een overlevende uit kamp Westerbork die geprobeerd had Etty over te halen te vluchten, en pater
Loed Loosen benaderden mensen uit Deventer
Manja Pach, dochter van W.S. en
Frits Grimmelikhuizen, om aandacht te besteden aan Etty's vijftigste sterfdag, omdat zij in Deventer heeft gewoond en Deventer ook de enige plek in Nederland is waar de naam van Etty Hillesum gehecht is aan een monument.
De ideeën stroomden toe en er ontstond een weekprogramma waarin lezingen, een concert, exposities, een joodse wandeling door Deventer, een film en een stille tocht naar het monument aan de IJssel mensen van diverse pluimage samenbracht rondom het thema: joodse cultuur, heden en verleden en toekomst. Het enthousiasme was groot.
Tamarah Benima, hoofdredacteur NIW, sprak over het joodse leven voor overlevende en hun kinderen als leven in een lege sociale ruimte.
Werner Stertzenbach vertelde van ontmoeting met Etty in Westerbork en voerde een fictieve dialoog met haar over haar keuze het lot van haar volk te delen.
Gidi Ritzerveld, namens 'Vluchtelingen Werk Nederland', uitte zijn bezorgdheid over de overeenkomst tussen de houding van de Ned. overheid vóór en na de 2e W.O. en anno '93, als het gaat om asielzoekers. Naar aanleiding van deze toespraak werd een spontane handtekeningenactie gehouden om de bezorgdheid kenbaar te maken t.a.v. het door de overheid gehanteerde asielbeleid.
Andreas Burnier bevroeg de joodse literatuur, die relatief overvloedig in de 20ste eeuw verschijnt, op haar ontstaan, haar thema's en haar directe toegang tot de kern van het actuele, levende jodendom: zijn religie.
Loed Loosen bracht ter sprake hoe het leven en de geschriften van Etty voor velen bron geworden zijn ter inspiratie en bemoediging.
De lezingen zijn gebundeld en gepubliceerd om een zichtbaar teken te stellen hoe joden en niet-joden 50 jaar na de 2e W.O. het verleden verbinden met het heden, met het oog op de toekomst. Een jaar geleden werd deze bundel Etty Hillesum '43-'93 gepresenteerd, waarbij Andreas Burnier haar gedicht Tweeduizend van de gewone jaartelling voordroeg, waarin de indringende regels:
'Hoe ging het verder, vragen zij
Wat kwam er na het gas?'
Achteraf valt te zeggen dat deze week eigenlijk de basis is geworden voor een project dat moet resulteren in het Etty Hillesum Centrum en omdat dit tegelijk een afspiegeling is voor wat er anno 1996 leeft rondom het gestelde thema en wat je daarmee kan doen, die week heeft laten zien hoe groot de verscheidenheid van mensen kan zijn, die samenkomen, getrokken door aspecten vanuit dat thema.
Oktober 1994 kwamen de initiatiefnemers Manja Pach en Frits Grimmelikhuizen met een nieuw idee voor de dag: Een Etty Hillesum Centrum in de voormalige synagoge aan de Roggestraat. Dit gebouw zou leeg komen, wegens vertrek van de gebruiker: het Filmhuis. Manja Pach had de nodige ervaring als initiatiefneemster van het Herinneringskamp Westerbork om tot een Centrum te komen waarin het gedachtegoed van Etty wordt beschermd. Manja Pach in het Deventer Dagblad:
'Niet om uit te zijn op persoonsverheerlijking maar het is belangrijk dat er iets van de geschiedenis van de Deventer joden, waartoe Etty behoorde bewaard blijft; niet alleen uit nostalgie, maar ook als waarschuwing voor wat er kan gebeuren als je niet waakzaam bent. En vooral als teken van hoop. Want daar was Etty mee bezig, onder de meest barre omstandigheden het geloof in mensen te bewaren. In haar geschriften zijn vele aanknopingspunten te vinden voor een Centrum; ze gaf uitdrukking aan rechtvaardigheid en medemenselijkheid en voelde een diep verlangen het leed van anderen te verzachten. 'Men zou een pleister op vele wonden willen zijn' waren haar laatste woorden in haar dagboek. Op het moment dat het onvermijdelijke van de totale vernietiging tot haar doordrong, schreef ze: 'Ik zou lang willen leven om het later toch nog eens te kunnen uitleggen en als me dat niet vergund is, welnu, dan zal een ander het doen en dan zal een ander mijn leven verder levet4 daar waar het mijne is afgebroken en daarom moet ik het zo goed en zo overtuigd mogelijk leven tot de laatste ademtocht, zodat diegene die na mij komt niet helemaal opnieuw hoeft te beginnen en het niet meer zo moeilijk heeft.'
Een centrum in Deventer biedt de mogelijkheid de menselijke waarden waaraan Etty Hillesum zozeer hechtte. uit te dragen: als een plaats van bezinning en expositie, voor educatieve activiteiten in het teken van verdraagzaamheid en risico's van vreemdelingenhaat.
Aldus Manja Pach en Frits Grimmelikhuizen.
Het gebouw dat ze op het oog hadden, was als pakhuis in 1799 door een kleine Joodse gemeenschap aangekocht om er een tweede synagoge in te vestigen. In 1897 werd het als Joodse school in gebruik genomen. De kleine groep overlevenden van de Holocaust moest het in 1951 verkopen en heeft dit gebouw via pakhuis, bioscoopzaal en filmhuis bestemmingen gekregen.
Naar aanleiding van dit voorstel kregen zij vele reacties. Behalve steun van de gemeente Deventer en individuele Deventenaren werd er ook positief gereageerd door de kerken, waardoor ze verwachtten dat er in Deventer voldoende draagvlak voor dit plan bestond om het Centrum te realiseren. Ook landelijk kregen ze adhesie en werden mensen benaderd voor een Comité van Aanbeveling met opvallend veel succes.
Tegelijk met de presentatie van de bundel lezingen van de Herdenkingsweek werd op 17 maart '95 een Stichting Etty Hillesum Centrum i.o. opgericht midden in het gedruis van alle herdenkingen in het kader van de 'Vijftigste Mei'. De nieuwe eigenaar van het pand Roggestraat 3, een projectontwikkelaar stond niet onwelwillend tegenover de nieuwe bestemming, maar beschouwde het vooreerst nog als een van de mogelijkheden.
Er werd een begin gemaakt met het werven van donateurs en sponsors; en met zoveel steun in de rug probeerden de initiatiefnemers een bestuur samen te stellen. De Etty Hillesum Stichting uit Amsterdam zegde de tentoonstelling over het leven van Etty toe en verdere financiële ondersteuning.
Vanuit Amerika kwamen ook reacties van geëmigreerde joden en er was zelfs een 'Etty Hillesum - club'. Vanwege 50 jaar na de Holocaust werd in het Holocaust-museum in Washington een beeldje onthuld van Etty Hillesum. Manja en Frits werden uitgenodigd voor het Symposium om daar ook te spreken over het op te richten Centrum.
Alles kwam in een stroomversnelling; eind september 1995 kwam het bestuur van de Stichting voor het eerst bij elkaar, enthousiast voor de verwezenlijking van een Centrum. Als doelstelling werd geformuleerd:
'de vestiging, inrichting en instandhouding van een Etty Hillesum Centrum in het gebouw Roggestraat 3 te Deventer (voormalig synagoge) teneinde aldaar aandacht te schenken aan de geschiedenis van de Deventer Joden in het algemeen en aan het leven en werk van Etty Hillesum (en haar familie) in het bijzonder zulks door middel van exposities en het verzamelen van documentatie;
voorts aandacht te schenken aan thema's zoals rassendiscriminatie, fascisme en racisme onder meer door middel van het houden van exposities en bijeenkomsten alsmede ruimte te bieden voor bijeenkomsten met een leer- en/ of bezinningskarakter.'52 jaar nadat Etty Hillesum op 30 november'43 werd vergast in Auschwitz kwamen een groep mensen in Deventer bij elkaar om haar en de andere 400 (van de 600) joodse Deventenaren te gedenken door bloemlegging en brandende kaarspotjes bij het monument en om elkaar als bestuur, Comité van Aanbeveling en donateurs te ontmoeten. een bonte verzameling van mensen. Inleidingen waren er van Edward van Voolen, die betoogde onder meer dat uit het belichten van juist dat ene specifieke leven van Etty Hillesum een les 'als het recht om bijzonder te zijn, zoals jood of homoseksueel' kan worden getrokken. Daarin kan het Centrum een bijdrage leveren, aldus van Voolen. Dirk Mulder, directeur van Het Herinneringskamp Westerbork, benadrukte je van te voren goed af te vragen wat je met zo'n Centrum wilt.
Het bestuur ging hard aan het werk. Door een startsubsidie van de gemeente Deventer en het groeiend enthousiasme van velen. is het project nu zover dat het bestuur het aandurft om op 5 mei '96 het gebouw aan de Roggestraat open te stellen, nadat het van de meest elementaire verbeteringen is voorzien. Het zal eerst een soort 'proeftijd' worden om te zien hoe haalbaar het hele project is en te werken aan een gezonde financiële basis. Er zal worden gewerkt aan het concretiseren van de vele ideeën die er liggen en nog steeds toestromen: alsof 'het in de lucht hangt' overal in Nederland en ook in Duitsland wordt gewerkt aan het teruggeven van de historisch betekenis van de voormalige synagogen waar de joden samenkwamen. synagoge = plek van samenkomst.
Want dat is ook precies datgene wat het bestuur voor ogen staat: een plek van samenkomst. om te horen, te zien, te ervaren en te spreken over wat Etty ons heeft nagelaten in haar dagboeken en waar zij warm voor liep: gerechtigheid en liefde.
“Ik wilde alleen maar dit zeggen:
de ellende is werkelijk groot en toch loop ik dikwijls, later op de avond, als de dag achter je in een diepte weggezonken is, met een veer krachtige pas langs het prikkeldraad en dan stijgt er altijd weer uit m'n hart naar boven; ik kan er niets aan doen, het is nu eenmaal zo, het is van een elementaire kracht; dit leven is iets prachtigs en iets groots, we moeten nog een nieuwe wereld later en tegen iedere wandaad te meer en gruwelijkheid te meer hebben wij een stukje liefde en goedheid te meer tegenover te stellen, dat we in onszelf veroveren moeten.”
Westerbork, 3 juli 1943
Etty Hillesum