Etty Hillesum Centrum
Home Bezoekersinformatie Etty Hillesum, haar leven en werken

Nederlands - nl-NLEnglish (United Kingdom)Deutsch (DE-CH-AT)French (Fr)Español
Etty Hillesum, haar leven en werken
Door: FRITS GRIMMELIKHUIZEN
(De cursief gedrukte teksten komen uit het dagboek van Etty Hillesum).

Etty Hillesum was een jonge vrouw die vanaf haar tiende jaar in Deventer woonde. Ze werd geboren op 15 januari 1914 in Middelburg, waar haar vader les gaf in Grieks en Latijn aan het gymnasium. De moeder van Etty, Riva Bernstein, was in 1907 (26 jaar oud) uit Rusland gevlucht en in 1912 getrouwd met Louis (Levie) Hillesum. Er waren ook nog twee broers. Jaap (Jacob) op 27 januari 1916 geboren in Hilversum en de jongste, Michael (Mischa), geboren op 22 september 1920 in Winschoten.

In die eerste jaren verhuisde het gezin regelmatig dwars door Nederland, omdat vader Hillesum op school, zeker in de lagere klassen geen orde kon houden. Van Middelburg, waar Etty werd geboren, naar Hilversum, waar Jaap werd geboren, vandaar naar Tiel en weer twee jaar later naar Winschoten, waar Misja geboren werd. In 1924 verhuisde het hele gezin naar Deventer, waar de vader van Etty klassieke talen ging geven op het stedelijk gymnasium. Vier jaar later werd hij daar rector.

Ze gingen wonen aan de Duymaer van Twiststraat. In Deventer kwam Etty in de vijfde klas van de Graaf van Burenschool. Daar sloot ze al gauw vriendschap met Betty Deeg die vlak bij haar woonde. Samen gingen ze tennissen en naar dansles. In september 1926 ging Etty naar het gymnasium. Etty was geen bijzondere leerling. Wel stond ze erom bekend dat ze alles las wat ze te pakken kon krijgen, van de Decamerone tot Dostojewsky, en dat ze regelmatig achter de jongens aanzat.

Veel indruk maakte een treinreis naar Parijs, die ze maakte toen ze 15 jaar oud was. Ze kreeg toen voor het eerst een paspoort en nog jaren later schrijft ze erover (in haar dagboek). ´Ik herinner me die reis naar Parijs als een 15-jarige zuigeling. Die trein die maar door steeds nieuwe landschappen daverde, de vele nieuwe gezichten, het kabaal, de nieuwe indrukken, het was alles overweldigend voor me..´(7.8.41)

In 1932 deed ze eindexamen en verhuisde ze naar Amsterdam, waar ze rechten ging studeren, want ze wilde kinderrechter worden. In Amsterdam leidde ze een wild en ongebonden leven met veel vriendinnen en vrienden. Ze verhuisde regelmatig naar een andere kamer, en af en toe woonde ze ook weer een tijdje thuis bij haar ouders,die verhuisd waren naar de Geert Grootestraat, tot ze het ook daar weer zat was. Het huishouden van de familie Hillesum was een chaotisch huishouden. Vader sloot zich altijd op in zijn studeerkamer, waar hij letterlijk met zijn neus in de boeken zat, moeder was altijd in de weer met koken en kippensoep en haar broertje Mischa, een muzikaal wonderkind, zat van ‘smorgens vroeg tot ’s avonds laat achter de vleugel muziek te maken. Rustig en schoon was het er zeker niet. ´Het is een chaotische en droeve toestand hier in huis, die zich weerspiegelt in de uiterlijke chaos van de huishouding. En moeder denkt nog wel dat ze zo’n geweldige huisvrouw is….´(8.8.41)
´Beneden moord en brand….vader brult: Ga dan, en smijt met de deuren…eigenlijk kun je hier in huis niet leven….´(13.8.41)
´M’n lieve Mama, die al haar liefde omzet in kippepoten en hardgekookte eieren..´ (30.12.41)
´Je leeft daar in Deventer als een soort koe (citeert Etty haar vader), alleen maar dat gevreet en we zijn een slaaf van ons grote huis….´(16.4.42)
In 1937 trok Etty in bij Han Wegerif, een weduwnaar, 35 jaar ouder dan zijzelf, en al spoedig leefden die twee als man en vrouw.
´We zaten vanavond voor de geopende vensters met een krant, een pijp, een boek en een kopje chocola, als waren we 25 jaar getrouwd.´ (20.6.42)
´Door het ononderbroken samenleven met hem, verschillende jaren, is er een zekere verzadigdheid in mijn lichaam gekomen, er is heel veel uitgeleefd. En dat dank ik aan zijn strelende handen, die voortdurend om me heen waren…..Ik heb hem ook heel lief…´(15.4.42)

In 1939 studeerde Etty af als jurist, maar ze besloot om verder te studeren in de slavische talen, want door haar moeder had ze een grote voorliefde opgedaan voor Rusland en de Russische litteratuur. Mensen die haar gekend hebben zeggen dat Etty zich ook heel vaak als een geboren Russin gedroeg, druk, vrolijk en somber, expressief en chaotisch. Vanaf 1942 werd het haar echter onmogelijk gemaakt nog colleges te volgen. Ze heeft tijdens haar dagboekperiode nog wel een tijdje Russische les gegeven.

Bezetting en vervolging

Vanaf 10 mei 1940 was Nederland door de duitsers bezet. Een van de idee‘n van de Duitse overheersers was, dat de Joden de schuld waren van bv armoede, werkeloosheid en slechte gezondheid. Ze hadden daar allerlei theorie‘n over, die erop neer kwamen dat de Joden als ratten verdelgd moesten worden. Alle Joden moesten de wereld, in elk geval Europa, uit. Etty en haar familie waren ook Joods, hoewel niet religieus. Etty’s moeder was in 1907 uit Rusland gevlucht na een grote jodenvervolging (een zgn pogrom). Met een kaalgeschoren hoofd en in soldatenkleren had ze eraan weten te ontsnappen. De overgrootvader van Etty was opperrabbijn geweest in Zwolle en de familie had zich pas in 1937 laten uitschrijven als lid van de Joodse gemeente. Ze leefden geheel geassimileerd (dwz. net zo) als alle andere doodnormale Nederlanders. Maar volgens de wetten en regels van de duitse Nationaal-socialisten, was iedereen die vier joodse grootouders had, Joods. Zo iemand moest vernietigd worden. ´De bedreigingen van buiten worden steeds groter en de terreur stijgt met de dag..´(18.5.42)
´…..die nieuwe zekerheid: dat men onze vernietiging wil.´(3.7.42)
´Het gaat om onze ondergang en onze vernietiging, daarover hoeft men zich geen enkele illusie meer te maken. Men is op onze algehele vernietiging uit, dat moet men maar aanvaarden…´(3.7.42)

Maatregelen

Dat werd heel geraffineerd gedaan: eerst werden alle Joodse beambten ontslagen, ook de vader van Etty.( dat gebeurde al in november 1940). Joden mochten alleen nog maar aan Joden lesgeven op Joodse scholen. Daarna mochten Joden alleen nog maar tussen 3 en 5 uur boodschappen doen en alleen bij Joodse winkeliers. Joden mochten niet meer zwemmen, in een café komen, of een niet-Joodse schouwburg of bioscoop bezoeken. Elke maand kwam er wel weer een nieuwe verordening, een nieuwe pesterij. Ze mochten niet meer in een park wandelen, niet meer fietsen of telefoneren, niet meer met de bus of de trein reizen. Ze moesten vanaf mei 1942 een grote gele ster op hun kleren dragen, zodat iedereen kon zien wie Jood was. Tenslotte werden alle Joden gedwongen te verhuizen naar een getto in een van de grote steden, een afgesloten buurt, waar je wel in maar niet meer uit mocht . Ook de ouders van Etty moesten zo in januari 1943 uit Deventer verhuizen naar een kamertje in de Retiefstraat in Amsterdam en zij werden op 20 juni samen met Mischa opgepakt en naar kamp Westerbork gebracht

Dagboek

Etty zelf leefde bij de niet-Jood Han Wegerif redelijk onbezorgd. Maar toch voelde ze zich niet lekker. Ze had onvrede met haar gedrag, met haar stemmingen en was ongelukkig met veel wat er om haar heen gebeurde. Daarom zocht ze contact met een psycholoog, een uit Duitsland gevluchte Jood, Julius Spier. Die had aan huis een kleine praktijk, waar hij vooral vrouwen behandelde door met ze te praten, ze de hand te lezen, met ze te worstelen. Hij vond het ook belangrijk, dat ze een dagboek bij hielden. Omdat Spier een groot mensenkenner was kon hij veel van zijn patiënten goed helpen en een weg wijzen in hun leven. Op 3 februari 1941 ging Etty voor de eerste keer naar hem toe. Ze vond hem aanvankelijk maar een griezel, maar al heel snel voelde ze kriebels in haar buik en nog een paar weken later is de hopeloos verliefd op hem. Spier gaat daar op in en in de dagboeken van Etty kunt u lezen hoe die relatie steeds heftiger wordt. Ook beschrijft Etty hoe moeilijk ze het er soms mee heeft, dat ze nu verliefd is op twee mannen tegelijk en dat ze soms ook verliefd raakt op vrouwen. Bovendien had Spier een vriendin, die in Engeland op hem wachtte. ´De laatste avond van een jaar dat voor mij het rijkste en vruchtbaarste en ja, toch ook het gelukkigste was van alle voorafgaande jaren. En als ik in één woord zou moeten zeggen waardoor dit jaar - vanaf 3 februari toen ik schuchter aan de bel trok in de Courbetstraat nr 27 en een griezelige kerel met een antenne op z’n hoofd naar mijn handen keek - dan zou dat woord moeten luiden: door de grote bewustwording….´ (31.12.41) Door Spier komt Etty ook weer in aanraking met de brieven en gedichten van de Duitse dichter Rilke, die in 1926 was overleden. Door die brieven en die gedichten krijgt Etty steeds meer grip op haar leven, haar relaties en de omstandigheden.
´mijn grote leermeester door de dagen, naast Spier, is Rilke. Hij is niet meer een ontspanning voor uren? het werk, maar hij doortrekt mijn dagen en vormt iets in mijn wezen.´(26.6.42)
´Ik merk steeds meer hoe Rilke één van mijn grootste opvoeders van het laatste jaar is geweest.´ (26.9.42)

---Een liefdesgedicht van Rilke:
Doof je mijn ogen uit, ik zie je toch.
Stop je mijn oren dicht, ik kan je horen.
Ja, ik bereik je zonder voeten nog
En zonder mond heb ik je reeds bezworen.
Breek me de armen af, ik grijp je vast.
Ik grijp je met mijn hart als met een hand.
Knijp dicht mijn hart, mijn hersens slaan.
En sticht je in die hersens van me brand,
Dan draagt mijn bloed je als een zoete last.
(1899 ---vertaling Piet Thomas)

Ze leert een zekerheid in zichzelf kennen, iets dat haar nooit afgenomen kan worden. Soms noemt ze dat stukje ziel van zichzelf ´god´. Soms lijkt het wel of ze daardoor ´onkwetsbaar´is voor alles om haar heen. Midden in de barre omstandigheden van kamp Westerbork, waar in die tijd dertigduizend mensen opeengepakt zaten, kan ze ineens wegdromen bij een kiezelsteentje of een bloem. Die innerlijke zekerheid geeft haar ook de moed en de kracht om andere mensen te helpen, dag en nacht, hoewel ze het af en toe ook spaans benauwd krijgt van de steeds sterker wordende bedreigingen rond haar en haar familie.
´Ik wilde alleen maar dit zeggen: de ellende is werkelijk groot en toch loop ik dikwijls, later op de avond….met een veerkrachtige pas langs het prikkeldraad en dan stijgt er altijd weer uit mijn hart naar boven….dit leven is iets prachtigs en iets groots, we moeten nog een hele nieuwe wereld opbouwen later- en tegen iedere wandaad en gruwelijkheid te meer hebben wij een stukje liefde en goedheid te meer tegenover te stellen, dat we in onszelf veroveren moeten. We mogen wel lijden, maar we mogen er niet onder bezwijken…´ (brief 3 juli 1943)

Westerbork

In juli 1942 krijgt Etty een baantje bij de Joodse Raad. Dat is de instantie die op het oog de belangen van de Joden in Nederland moest regelen, maar die in feite meehielp aan de deportaties. Etty vond dat vreselijk en daarom meldt ze zich aan als een soort maatschappelijk werkster in het doorgangskamp Westerbork. Daar voelt ze zich meer thuis.
´Het is natuurlijk nooit meer goed te praten, dat één gedeelte der Joden meehelpt om de overgrote rest weg te transporteren…´(28.7.42)
Ze weet intussen dat Julius Spier doodziek is, hij sterft 15 september aan kanker. De gezondheid van Etty gaat er in het kamp ook niet op vooruit en al snel mag ze terug naar Amsterdam, waar ze nog bijna een half jaar ziek ligt. Tegelijkertijd wil ze niets liever dan zo snel mogelijk terug naar Westerbork.
´Mijn God, dit tijdperk is te hard voor broze mensen als ik ben…´ (20.7.42)
Ze had in Westerbork wel al weer een andere vriendschap opgedaan, met Osias Kormann, aan wie ze vanuit Amsterdam bijna om de week een brief schrijft.
Kort na de dood van Spier, in october 1942, schrijft ze de laatst bekende regels in haar dagboek: ´Men zou een pleister op vele wonden willen zijn…´. (13.10.42)
In december gaat ze naar het ziekenhuis voor een galoperatie en daarna sluit ook voor haar het net steeds dichter om haar heen.
Juni 1943 moet ze zich definitief melden in Westerbork. Daar vangt ze wat later ook haar ouders op. Tot september weten ze nog aan deportatie te ontkomen. Een verzetsgroep in het kamp biedt haar zelfs nog de mogelijkheid om onder te duiken, maar dat wil ze niet. Ze weet drommels goed dat als ZIJ onderduikt, er 10 anderen in haar plaats gedeporteerd zullen worden. Bovendien schrijft ze meerdere keren dat ze ´het lot van haar volk wil delen´. En ze realiseerde zich ook heel goed dat er velen in Westerbork waren, die niet het geld hadden en de relaties om onder te duiken of te vluchten.

Transport

Vanuit Westerbork ging er 1 x per week een goederentrein met 1000 tot 1100 Joden naar het ´Oosten´, waar de meesten van hen direct gedood werden in de gaskamers. Vanuit Nederland reden zo bijna 100 treinen naar de vernietigingskampen in Polen, 102-duizend mannen,vrouwen en kinderen en bijna niemand kwam terug.
Ook de familie Hillesum werd in september 1943 op transport gesteld naar Auschwitz. Vanuit de trein gooit Etty nog een laatste berichtje. Ze stuurde het naar haar lerares en vriendin Christine van Nooten aan de Noordenbergsingel in Deventer.
´Christine, ik sla de bijbel op op een willekeurige plaats en vind dit: de Here is mijn hoog vertrek. Ik zit midden in een volle goederenwagen op m’n rugzak. Vader, moeder en Mischa zitten enige wagens verder.Het vertrek kwam toch nog vrij onverwachts.Plotseling bevel voor ons speciaal uit Den Haag. We hebben zingende het kamp verlaten…We zullen drie dagen reizen. Dank voor al jullie goede zorgen…..Tot ziens van ons vieren. Etty´ (7.9.43) Vader en moeder Hillesum werden meteen na aankomst vergast, Etty leefde nog bijna drie maanden in dat kamp. Ze werd 29 jaar.

Het ging met hen net als een jaar later met Anne Frank en haar familie, waarvan alleen vader Frank de vernietiging overleefde.
Al in oktober 1943 werden de ´Twee brieven uit Westerbork´ van Etty Hillesum illegaal uitgegeven ten behoeve van de onderduikers. Zowel de dagboeken van Etty Hillesum, als de dagboeken van Anne Frank werden bewaard en uitgegeven. De dagboeken van Anne Frank al in 1947, de dagboeken van Etty pas in 1981.
Etty was 10 jaar ouder dan Anne en ze schreef dus over heel andere dingen.
Maar allebei wilden ze schrijfster worden of journalist. En hun beider dagboeken zijn voor veel mensen, groot of klein, een troost. Uit hun dagboeken kan men leren, dat je je nooit helemaal hoeft te laten inpakken door de omstandigheden, dat er altijd een mogelijkheid is om er iets beters van te maken.
Etty Hillesum was zeker geen heilig boontje. Ze schrok af en toe ook zelf van de dingen die ze dacht en deed. Maar in haar dagboeken en brieven kan men veel lezen dat tot nadenken stemt, dat je herkent en snapt. Ze hield van het leven, zelfs op de meest vreselijke momenten,
Ze hield ook van zichzelf, want dat zag ze als de enige manier om voor andere mensen iets te kunnen betekenen. EN ze hield van de wereld. Ze had door schade en schande geleerd dat elke slechte situatie je de kans geeft er iets goeds van te maken.
´…wij dragen alles in ons en de omstandigheden zijn toch niet doorslaggevend, nooit, omdat er immers altijd omstandigheden zullen zijn, goede en slechte, en het feit van de omstandigheden, de goede en de slechte moet men aanvaarden, wat niet belemmert, dat men zijn leven er aan kan wijden de slechte te verbeteren…..en men moet beginnen bij zichzelf, iedere dag opnieuw bij zichzelf.´ (3 juli 1942)
´…en dat de mensen toch maar niet begrijpen kunnen, dat aanvaarden niet uitsluit een elementaire zedelijke verontwaardiging en principi‘le strijdbaarheid…´(14 juli 1942)
´Het leven is moeilijk, maar dat is niet erg….en werken aan zichzelf is heus geen ziekelijk individualisme. En een vrede kan alleen een echte vrede worden later, wanneer eerst ieder individu in zichzelf vrede sticht en haat tegen medemensen, van wat voor ras of volk ook, uitroeit en overwint en verandert in iets, dat geen haat meer is, misschien op den duur wel liefde, of is dat misschien wat veel ge‘ist? Toch is het de enige oplossing…´ (20.6.42)

 

Een full color portret van Etty Hillesum

Wat kunnen we nog meer van Etty vertellen? In haar pas staat dat ze donker haar had, donkerbruin om precies te zijn, en een beetje krullend. Ze had grijs-groene ogen, een stevig, beetje mollig, en niet al te groot lijf ,160 cm hoog, en een hoge schele stem.Ze lachte graag en veel, droeg soms een leesbril en ze rookte zo nu en dan.
Ze zag zich in een later leven als een stevige, ronde matrone, want ze hield van lekker eten en snoepen, vooral chocola, het woordje chocola komt ook heel wat keren in haar dagboek voor.
Ze was redelijk ijdel, trok met graagte ´mooie hemmetjes´aan en maakte zich vol overgave op.
Ontroerend en tekenend is een stukje uit haar dagboek van juli 1942:
´In alle romans hebben meisjes jonge, puntige borsten. Die hebben ook mij altijd als ideaal voorgezweefd. De mijne wegen soms als zware en rijpe druiventrossen in de handen van een man, zei Han eens. En in mijn dromen ging ik vaak rond met idioot zware borsten. Je hebt wel erg overdreven met die zwaarte, zei Spier een keer, je borsten zijn als van een meisje op Tahiti, ik weet het nog precies, hij zei het in lijn 25, die ochtend na de nacht dat ik voor het eerst naakt op zijn bed lag…..´.
Etty hield ook ontzettend veel van dansen, Ze schrijft dat ze wel nachten en nachten zou kunnen door dansen, en dat ze dan alles om zich heen vergat. Bij een zo’n gelegenheid merkte Spier op dat het bijna op de grens van de eerbaarheid was, zo zinnelijk als ze danste…
Haar moeder en broers waren regelmatig psychotisch, en Etty ontkwam daar ook niet helemaal aan. Soms was ze uitgelaten dol, dan weer somber en depressief en ook was ze af en toe tegen het hysterische aan. Ze viel dan flauw van emoties.
Als ze in december 1941 tot haar grote schrik merkt dat ze in verwachting is, besluit ze ook mede daarom haar vrucht te aborteren. Ook verder was ze niet erg gezond: ze had chronisch last van hoofdpijn, had flauwtes, blaasontstekingen, maag- en darmkwalen en galstenen.
Zoals al eerder aangestipt, Etty was van jongsafaan sexueel heel actief en ze kon verliefd worden zowel op mannen als op vrouwen. Ze was daarin heel direkt en snel. ´ik heb op heel wat bedden rondgedanst´schrijft ze zelf en ze acht zichzelf ´ erotisch geraffineerd en een doorgewinterde minnares´. Haar grote frustratie is dan ook dat ze dolgraag echt met Spier naar bed wil, maar dat deze haar toch wat afhoudt en hoogstens wat wil minnekozen. Etty leert dat gaandeweg wel aanvaarden maar ze blijft het moeilijk vinden ´om met God en je onderbuik op gelijkelijk goede voet te staan…´.
Etty was, ook in háár tijd, een bohemien-achtige vrouw, met een voorkeur voor vegetarisch eten en homeopatische geneesmiddelen, vooruitstrevend links, ge‘mancipeerd en onconventioneel. Zo had ze, schrijft ze zelf, een innige vriendschap met een boom achter haar raam.

Ze was wat je noemt een bijzonder mens.

Deel deze pagina